Wet Incasso Kosten

Op 13 maart 2012 is het wetsvoorstel Normering buitengerechtelijke incassokosten door de Eerste Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel voegt aan Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van strafvordering een regeling toe voor incassokosten. Op 27 maart 2012 is het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten genomen op basis van de mogelijkheid om via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) de maximale vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten vast te stellen. Met dit voorstel worden vooral consumenten en eenmanszaken, beter beschermd tegen onredelijke incassokosten. De wet wordt per 1 juli 2012 van kracht.

In de AMvB wordt de maximale vergoeding vastgesteld voor vorderingen uit overeenkomst. De vergoeding voor incassokosten wordt berekend als percentage van het verschuldigde bedrag, waarbij het percentage trapsgewijs lager wordt naarmate de vordering hoger wordt.
Over de eerste € 2.500 van de vordering mag de vergoeding voor de incassokosten maximaal 15% van de hoofdsom bedragen.
Over de volgende € 2.500 van de vordering bedraagt de vergoeding maximaal 10%.
Over de volgende € 5.000 van de vordering bedraagt de vergoeding maximaal 5%.
Over de volgende € 190.000 van de vordering bedraagt de vergoeding maximaal 1%.
Over het restant 0,5% met een maximum van € 6775.
Daarbij geldt ook een minimumbedrag voor de vergoeding van incassokosten van € 40.

Verschillen tussen het Rapport Voorwerk II en en de nieuwe wet zijn:
De rechter heeft geen matigingsbevoegdheid meer.
De rechter mag bij consumenten geen hogere vergoedingen toekennen.
Bij consumenten mogen partijen geen hogere vergoedingen afspreken.
Consumenten moeten eerst tot betalen worden aangemaand.
In de aanmaning moet de ondernemer wijzen op de gevolgen als de consument niet tijdig betaalt.
De kosten zijn direct opeisbaar bij niet-consumenten, en direct na de aanmaning bij consumenten.
De schuldeiser hoeft opeisbare vorderingen niet meer samen te voegen met een lopend incasso traject.

Onredelijke kosten met betrekking tot de hoogte

Meestal wordt er een bedrag voor incassokosten in rekening gebracht van 15% van het bedrag (inclusief rente) dat de schuldenaar moet betalen, maar hoger of lager komt ook voor. Men gaat hierbij uit van de staffel bij de zogenaamde “Besluit vergoeding buitenrechtelijke incassokosten”, en veel incassobureaus en rechters nemen deze staffel dan ook als uitgangspunt. Bij consumenten is het volgen van deze staffel verplicht, indien aan de vereisten van de 6:96BW is voldaan. De hoofdsom die als uitgangspunt dient te worden genomen is de hoofdsom inclusief (enkelvoudige) rente. De hoogte kan op basis hiervan als onredelijk worden beschouwd indien:
De hoofdsom voor het uit handen geven al was verhoogd met allerlei kosten;
Er posten vermeld staan die niet tot de incassokosten kunnen horen, zoals “leges”, “verschotten”, etc.;
Er posten separaat vermeld staan die feitelijk al tot de incassokosten behoren, zoals “informatiekosten”, “kosten medewerker buitendienst”, “registratiekosten”;
In de kosten ook provisies voor toekomstige kosten zijn inbegrepen;
Incassobureau A de vordering met incassokosten aan deurwaarder B uitbesteedt, waarna deze deurwaarder incassokosten over het volledige bedrag berekent (incassokosten over incassokosten);
De hoogte van de kosten de 15% van de hoofdsom overschrijdt, met een minimum van 40 euro.
Indien er sprake is van een consument zonder commercieel belang en geen kosteloze betalingsherinnering met betaaltermijn van minstens 14 dagen is gezonden met daarbij vermeld de hoogte van de incassokosten, welke worden berekend bij gebreke van betaling binnen 14 dagen.

Afwijking van de incassokosten is enkel mogelijk indien dat contractueel is vastgelegd en de tegenpartij niet handelt als consument.