Nationaal Fonds Kinderhulp deelt Zomerpretpakketten uit

0
Nationaal Fonds Kinderhulp deelt Zomerpretpakketten uit
Nationaal Fonds Kinderhulp deelt Zomerpretpakketten uit

Nationaal Fonds Kinderhulp deelt Zomerpretpakketten uit

Directeuren Kinderhulp en Nibud benadrukken het belang van échte zomerpret voor kinderen die opgroeien in armoede

Kaatsheuvel, 10 juli 2018 – 50 grote rugzakken vól met zomerpret gingen vandaag de Efteling in. Hun nieuwe eigenaren: kinderen in de basisschoolleeftijd die opgroeien in armoede. In Nederland gaat dat om 1 op de 9 kinderen, dat zijn er 398.000 en 71% van hen gaat nooit op vakantie. Waar vrienden en buurtgenootjes in de zomer genieten van dagjes weg of fijne vakanties, is de vakantie voor hen verre van een feest. Er is geen geld. Soms zelfs niet voor een ijsje… Vandaag ontvingen 50, van de in totaal 2.000, kinderen een Zomerpretpakket namens Nationaal Fonds Kinderhulp. Een pakket boordevol zomeravonturen. De eer om ze uit te delen was natuurlijk aan Kinderhulp-directeur Jan Wezendonk en daar keken alle kinderen reikhalzend naar uit. Het feest was natuurlijk pas echt compleet toen zij alle 50 een heerlijke dag het park in mochten, samen met hun ouders en broers en zussen.

Grote vraag naar Zomerpretpakketten

Vorig jaar startte Nationaal Fonds Kinderhulp met het uitdelen van 300 Zomerpretpakketten. Dat was een enorm groot succes. Dus toen eerder dit jaar een prachtige bijdrage vanuit de VriendenLoterij werd toegezegd, werd voor deze zomer ingezet op maar liefst 2.000 rugzakken vol zomerpret. ‘Dat we dit jaar ook daadwerkelijk 2.000 pakketten uit kunnen delen is voor ons een absolute mijlpaal,’ vertelt Jan Wezendonk, directeur van Nationaal Fonds Kinderhulp. “Ambitieus, maar helaas ook erg nodig,” vult Nibud-directeur Gerjoke Wilmink, hem aan. “Want ondanks dat de economie hoogtij viert, geven de uitkomsten van onze Vakantiegeldenquête aan dat een groter deel van de Nederlanders dan vorig jaar, vakantie te duur vindt en daarom niet gaat.’ Niet alleen dankzij de VriendenLoterij, maar ook dankzij vele donateurs, sponsoren en vrijwilligers konden er zoveel Zomerpretpakketten gevuld worden. Een Zomerpretpakket is een stevige rugzak boordevol leuke spullen; een waterpistool, een voetbal en alle benodigdheden voor een dagje waterpret, zoals een zwembril, bonnen voor zwemkleding, een badlaken én zonnebrand, maar ook stoepkrijt, spelletjes en boeken. En daar blijft het niet bij! Ook entreekaartjes, inclusief vervoer, voor een dagje Burgers Zoo, de bioscoop én de Efteling zitten er in. Aan alles is gedacht!

Kinderen met volwassen zorgen

Kinderen die opgroeien in armoede hebben vaak volwassen zorgen. En dat zou niet zo moeten zijn. Nationaal Fonds Kinderhulp helpt deze kinderen. Bijvoorbeeld door een dagje uit in de zomervakantie mogelijk te maken of met een Zomerpretpakket. Daarmee kunnen ook deze kinderen delen in de vakantiepret, na de vakantie mooie vakantieverhalen op school vertellen en voelen ze zich niet meer buiten gesloten. Het zijn vaak de simpele dingen die een groot verschil. Denk aan zwemlessen, een fiets of een bijdrage aan een opleiding. Nationaal Fonds Kinderhulp vindt dat ieder kind een mooie toekomst verdient.

Meer kansen voor jongeren: Verhoog jeugdhulpplicht naar 21 jaar

0
Meer kansen voor jongeren: Verhoog jeugdhulpplicht naar 21 jaar
Meer kansen voor jongeren: Verhoog jeugdhulpplicht naar 21 jaar

Verhoog de grens van de jeugdhulpplicht op de korte termijn van 18 naar 21 jaar, in sommige gevallen zelfs naar 23 jaar en zorg voor meer ruimte voor maatwerk. Zet jeugdhulp in het teken van het behalen van ‘levensdoelen’ en laat jongeren vanaf hun 16de aanspraak maken op voorzieningen buiten de Jeugdwet, zoals de Wmo of de Zvw. Zorg bij jeugdhulp (ook) voor meer aansluiting bij de belevingswereld van jongeren. Dat staat in het advies ‘Leeftijdsgrenzen – Betere kansen voor kwetsbare jongeren’ dat de Raad voor Volkgezondheid en Samenleving (RVS) vandaag heeft overhandigd aan minister Hugo de Jonge (VWS).

Pauline Meurs, voorzitter RVS: “Met dit advies wil de RVS zoveel mogelijk obstakels rondom leeftijdsgrenzen wegnemen. Idealiter stopt de zorg en ondersteuning voor kwetsbare jongeren op het moment dat zij zelfstandig zijn en niet op basis van een leeftijdsgrens, die ook nog eens te vroeg komt. Het verhogen van de bovengrens van de jeugdhulpplicht is daarom de eerste noodzakelijke stap richting een betere positie voor kwetsbare jongeren. De huidige grens van 18 jaar is daar niet toereikend genoeg voor. Met het verhogen van deze grens hebben kwetsbare jongeren langer een vangnet, waarmee voorkomen kan worden dat ze in een neerwaartse spiraal terechtkomen van sociale of psychische problemen, schulden, criminaliteit of dakloosheid”.

Levensdoelen

De tweede aanbeveling van de RVS houdt in dat jeugdhulp vanaf het 16de levensjaar voor een groot deel gericht moet zijn op het behalen van ‘levensdoelen’. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om zelfstandig wonen, maar ook het hebben van werk, het volgen van een opleiding, of het behalen van een startkwalificatie. Het richten op ‘ levensdoelen’ vraagt om een actieve en gerichte inzet van professionals waarbij zij al vanaf 16 jaar met jongeren om tafel gaan om een plan voor de toekomst te maken dat bij hen past. Ook passen er andersoortige voorzieningen bij, zoals: laagdrempelige hulpverleningscentra, vormen van begeleid en beschermd wonen, en de inzet van ‘natuurlijke mentoren’ zoals de Jouw Ingebrachte Mentor (JIM).

Afwegingskader

In het advies over leeftijdsgrenzen heeft de RVS ook gekeken naar andere leeftijdsgrenzen die problemen veroorzaken voor jongeren, zoals rondom de huurtoeslag en het kiesrecht. De grens in de jeugdhulp is nu het meest nijpend, maar in de nabije toekomst moet er ook aandacht komen voor andere leeftijdsgrenzen. Daarbij reikt de RVS in zijn advies een handvat aan: een afwegingskader waarmee leeftijdsgrenzen meer systematisch uitgedacht kunnen worden.

Stijging ouderen in bijstand zorgelijk

0
Stijging ouderen in bijstand zorgelijk
Stijging ouderen in bijstand zorgelijk

De recente bijstandscijfers van het CBS laten een tweedeling zien. Een spectaculaire daling bij de groep 27-45 jarigen, tegenover een blijvende stijging in de groep boven de 45 jaar. KBO-PCOB kent de verhalen erachter: “Wie langer werkloos is en ouder is dan 55 jaar, heeft zelfs in de huidige economie blijkbaar nauwelijks kans op werk”, aldus directeur Manon Vanderkaa. Een verloren generatie dreigt, met grote gevolgen.

‘Aantal mensen in de bijstand daalt verder’, kopt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit mag dan zo zijn voor de jonge helft van Nederland, het dekt niet de lading voor de 45-plussers. De daling in de groep tussen de 27 en 45 jaar is 11,8%. Maar bij de oudste groep stijgt het aantal bijstandsuitkeringen nog steeds met 2,3% ten opzichte van dezelfde periode in 2017. Het CBS lijkt voorbij te gaan aan de tendens bij de meerderheid van de huidige bijstandsontvangers. 45-plussers vormen nu immers ruim de helft van het aantal bijstandsgerechtigden.

Pijn nog groter bij 55+

Wie dieper in de cijfers duikt, ziet dat van de oudere groep bijstandsgerechtigden bijna 36% langer dan drie jaar van een bijstandsuitkering leeft. Het CBS geeft (nog) niet de cijfers van de groep van 55-66 jaar. “KBO-PCOB weet dat juist in die groep de pijn zit.  Het gaat hier om mensen die werkloos zijn, arbeidsongeschikt, of een combinatie daarvan.”  Zo stroomt maar liefst 71% van de mensen boven de 55 jaar na afloop van de WW-uitkering niet door naar werk. Ook stijgt de aanspraak op een bijstandsuitkering voor oudere werklozen en arbeidsongeschikten: de IOAW met 151% en de IOW met 729% sinds 2012. De langdurige armoede is in Nederland het grootst bij de groep tussen de 55 en de 66 jaar.

KBO-PCOB wil dat de politiek erkent dat er een tweedeling is in de bijstand: forse daling bij jongeren tegen een blijvende stijging van ouderen. Manon Vanderkaa:  “Veel vijftigers en zestigers kunnen en willen dolgraag weer aan het werk! Daarom is er nog veel meer inzet nodig op maatwerk-begeleiding van oudere werklozen. Daarnaast moeten we het vangnet intact houden voor de groeiende groep bijstandsontvangers boven de 55 jaar. Interen op je spaargeld of schulden maken na je 55e is niet verstandig als er nog jaren komen waarin je zorgkosten stijgen. En bovendien: je pensionering bereiken moet een mijlpaal zijn omdat je een prachtige nieuwe levensfase ingaat, niet omdat je na jaren vruchteloos zoeken naar werk eindelijk weer een redelijk inkomen hebt.”

BMK verbijsterd over stopzetten directe financiering kinderopvang

0
BMK verbijsterd over stopzetten directe financiering kinderopvang
BMK verbijsterd over stopzetten directe financiering kinderopvang

Staatssecretaris Van Ark heeft de Kamer vandaag laten weten dat zij de plannen voor de nieuwe wijze van financieren van de kinderopvang niet doorzet. Verbijsterend vindt de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK).

Het nieuwe systeem van directe financiering van de kinderopvang zou heel veel zorgen bij ouders wegnemen. Ouders zouden meer zekerheid hebben gekregen over hun recht op toeslag, het aantal terugvorderingen zou flink afnemen. Voorzitter Sharon Gesthuizen: “Ik rond net een goed symposium af over de rol die kinderopvang kan spelen in het armoedebeleid. Marco Florijn, NVVK, één van onze sprekers, hield ons net voor dat de kinderopvangtoeslag heel vaak een bron van schulden en zware schuldenproblematiek is. Uitermate jammer dat een systeem dat die problematiek zou kunnen verminderen nu vroegtijdig ter ziele gaat.”

Het systeem van directe financiering zoals dat nu uitgewerkt wordt, regelt dat ouders alleen hun eigen bijdrage betalen en niet meer, zoals nu, het gehele bedrag aan kinderopvangtoeslag moeten voorschieten. BMK bestuurslid Karen Strengers, Dak kindercentra met veel kinderopvanglocaties in oude stadswijken, beaamt dit: “Wij hadden voor onze ouders onze hoop gevestigd op dit nieuwe systeem van financiering. Ook onze ouders met hoge inkomens lopen overigens tegen een lastig benaderbare Belastingdienst en een enorme administratieve rompslomp aan.” Voor het imago van de kinderopvang is het ook jammer. Geert de Wit, BMK bestuurslid: “Ouders denken nu vaak dat kinderopvang duur is. Als ouders alleen de ouderbijdrage betalen, ontstaat er een reëler beeld.”

De Belastingdienst Toeslagen zou de financiering van de kinderopvang overdragen aan DUO. Het regeerakkoord wees op de noodzaak van een zorgvuldige uitwerking van het ontwikkelen en implementeren van directe financiering. Een PGB drama willen we allemaal voorkomen. Wij hadden echter het volste vertrouwen in de medewerkers van DUO die op een uiterst zorgvuldige wijze het systeem bouwden met een enorme betrokkenheid van het gehele werkveld. Jammer dat al dat werk voor niets is geweest. Laat staan al dat geld dat er mee gemoeid is geweest.

Jongeren adviseren ministerie SZW over schulden

0
Jongeren adviseren ministerie SZW over schulden
Jongeren adviseren ministerie SZW over schulden

Elke MBO in Nederland zou verplicht een Financieel InformatiePunt (FIP) moeten hebben waar jongeren terecht kunnen met hun vragen over geldzaken, studiefinanciering en schulden. Ook zou de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) direct al maandelijks het schoolgeld in kunnen houden, of het geld storten op dezelfde dag dat de studiefinanciering wordt afgeschreven. Dat voorkomt dat leerlingen en studenten in de verleiding komen het geld aan andere zaken uit te geven. 

Dat zijn twee van de aanbevelingen die veertig leerlingen van MBO’s in Rotterdam en Heerlen vanochtend meegaven aan staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). De jongeren onderzochten de afgelopen weken in het project Speaking Minds op verzoek van het Ministerie van SZW de vraag: ‘Wat kan het ministerie doen om ervoor te zorgen dat jongeren geen schulden (meer) maken?’ Daarvoor spraken ze met leeftijdsgenoten, hielden een enquête onder jongeren en spraken met professionals van onder meer het ministerie, de kredietbank en sociaal maatschappelijk werk.

Chelsey (18) uit Heerlen is een van de jongeren die meedeed aan het project: “Je gaat anders kijken naar armoede en naar schulden. Sommige jongeren zitten voor duizenden euro’s in de schuld, dat had ik niet verwacht. Je komt het best veel tegen, maar er wordt niet echt over gepraat. Met voorlichting op scholen kun je al veel bereiken, denk ik. Dat is echt heel belangrijk.”

Het resultaat is een adviesdocument dat ze vanochtend overhandigden aan staatssecretaris Van Ark. Enkele andere adviezen zijn: doorbreek het taboe op schulden door voorlichting over geld, schulden en armoede standaard op te nemen in het lespakket op basisscholen, middelbare scholen en MBO’s. Ook zou Nederland toe moeten naar een minimum stagevergoeding, zodat leerlingen tijdens hun stage een basisinkomen hebben. Dat kan voorkomen dat ze zich in de schulden moeten steken om rond te komen. Staatssecretaris Van Ark: “Leven met schulden maakt het leven moeilijk. Je kan er echt helemaal van in de stress raken en soms niet meer functioneren op het werk of tijdens de studie. Dat willen we voorkomen! De adviezen van de studenten helpen daarbij zeer.”

Het project Speaking Minds is inmiddels in 16 gemeenten afgerond, op woensdag 25 april kwam een einde aan het eerste landelijke traject. In het project geven jongeren die in hun omgeving te maken kunnen krijgen met armoede, advies aan de overheid over waar ze in het dagelijks leven tegenaan lopen en waar het beleid beter kan. Speaking Minds liep eerder in onder meer Utrecht, Kerkrade, Almelo, Aalsmeer, Kampen en Rotterdam. Het project is erop gericht om jongeren uit de doelgroep zelf een stem te geven in het armoedebeleid en hen vanuit eigen ervaring mee te laten praten. 

Speaking Minds is opgezet door Save the Children, Defence for Children en Stimulansz; zij begeleiden de overheid en de jongeren in het contact. “In Nederland krijgen bijna driehonderdduizend kinderen en jongeren te maken met armoede. Het blijkt dat overheden en jongeren elkaar vaak moeilijk weten te vinden en dat beleid niet altijd aansluit bij wat de jongeren nodig hebben”, zegt projectleider Marinke Ros. “Terwijl ze vaak juist een heel sterke mening hebben over wat er anders zou kunnen.”

Cedris roept kabinet om loonkostensubsidie te behouden

0
Cedris roept kabinet om loonkostensubsidie te behouden
Cedris roept kabinet om loonkostensubsidie te behouden

Cedris roept kabinet op om loonkostensubsidie te behouden

Voorzitter Job Cohen: “leg bureaucratie en de rekening niet neer bij arbeidsbeperkte”

 

Het kabinet wil voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt het instrument loonkostensubsidie vervangen door loondispensatie. Dat blijkt uit een hoofdlijnennotitie die vandaag is gepubliceerd. Cedris waarschuwt dat dit voor de kwetsbare groep mensen om wie het gaat zeer nadelig uitpakt. Eerder publiceerde Cedris al een onderzoek waaruit blijkt dat ook werkgevers niet zitten te wachten op loondispensatie.

Werkgevers ontvangen een loonkostensubsidie als zij iemand in dienst nemen die minder kan verdienen dan het wettelijk minimumloon; het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon wordt dan vergoed. Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil dat omzetten in loondispensatie. Dat betekent dat de werkgever aan iemand met een arbeidsbeperking minder dan het minimumloon mag betalen. Deze werknemers moeten vervolgens zelf regelen dat hun loon wordt aangevuld door de sociale dienst tot maximaal minimumloon. Hiervoor gelden de bijstandsregels, waardoor sommige werknemers, zoals mensen met een (werkende) partner geen recht hebben op een aanvulling, maar alleen een ‘half salaris’ ontvangen. Op termijn gaat dit om meer dan 200.000 werknemers.

Cedris-voorzitter Job Cohen: “Ook voor de mensen die wél een aanvulling krijgen, betekent dit dat iemand nooit een volwaardig werknemer wordt. Hij blijft  zijn hele loopbaan gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Bovendien wordt de uitvoering verlegd van de werkgever naar de kwetsbare werknemer, met een groot risico op schulden.”

En die uitvoering is vaak complex: werknemers krijgen te maken met bijvoorbeeld bevoorschotting (toeslagen) en verrekeningen achteraf met de uitkering. Bovendien bouwt iemand geen pensioen en amper WW-rechten op. Niet-uitkeringsgerechtigden (o.a. schoolverlaters VSO Pro) kunnen met het instrument loondispensatie nooit een volledig salaris opbouwen, terwijl zij wel een volledige week werken.

Uit onderzoek van Cedris blijkt dat ruim zeventig procent van de werkgevers die werken met loonkostensubsidie geen behoefte heeft aan het nieuwe instrument loondispensatie. Tachtig procent van hen is positief tot zeer positief over het huidige instrument loonkostensubsidie. En ruim zestig procent heeft negatieve verwachtingen van het nieuwe instrument loondispensatie.

Eerder al spraken zo’n 20 organisaties zich in verschillende media uit tegen loondispensatie. Het betreft zowel werknemersvertegenwoordigers, clientenorganisaties, brancheorganisaties als deskundigen.

Cedris roept staatssecretaris Van Ark op het huidige instrument loonkostensubsidie te behouden én te verbeteren. Het onderzoek onder werkgevers biedt hiervoor aanknopingspunten. Cedris denkt dat het voor werkgevers aantrekkelijker, makkelijker en goedkoper gemaakt kan worden, zónder de rekening en de bureaucratie naar de werknemer te verschuiven. Cohen: “Werkgevers ervaren bureaucratie. Die moet weggenomen worden, maar niet verplaatst naar mensen met een beperking. Wij onderschrijven het sociale doel van de staatsecretaris ‘werk moet lonen’, maar dit is de verkeerde aanpak. Dat kan ook anders: bijvoorbeeld door de bijverdienregeling voor part-timers aan te passen.”

Cedris is de landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid en re-integratie. De leden van Cedris zorgen voor een goede match op de arbeidsmarkt tussen werkgevers en mensen met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor maken ze gebruik van de zes instrumenten voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet en de banenafspraak.

 

 

VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk

0
VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk
VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk

VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk

Grootste kans op maatwerk bij banken

Amersfoort, 13 maart 2018 – Slechts 10 van de 23 door Vereniging Eigen Huis onderzochte geldverstrekkers bieden hun klanten actief maatwerk hypotheek oplossingen aan. Opvallend genoeg zijn dit vooral banken. Verzekeraars en nieuwe geldverstrekkers op de hypotheekmarkt laten het veelal bewust afweten om maatwerkhypotheken aan te bieden. Hierdoor kunnen veel mensen die niet in een standaard profiel passen daar ook geen hypotheek afsluiten.

Nog steeds te weinig maatwerkhypotheken

Vereniging Eigen Huis onderzocht of geldverstrekkers als banken, verzekeraars en nieuwkomers op de hypotheekmarkt gebruik maken van de mogelijkheden om verantwoord maatwerk aan te bieden. Medio vorig jaar heeft het Platform Maatwerk voor hypotheekverstrekking* hiervoor een aantal oplossingen aangedragen. ‘Bij veel geldverstrekkers ontbreekt het nog steeds aan concrete en voorspelbare invulling van maatwerk. Daardoor is de kans groot dat klanten met een afwijkend profiel bot vangen als zij een hypotheek aanvragen om een huis te kunnen kopen’, aldus Nico Stolwijk, manager belangenbehartiging bij Vereniging Eigen Huis.

Nauwelijks maatwerk voor senioren en starters

Met name voor senioren en koopstarters lopen tegen belemmeringen aan door gebrek aan maatwerk. Zij krijgen geen passende hypotheek, terwijl dat in hun financiële situatie vaak wel verantwoord is. Bij senioren gaat het bijvoorbeeld om huiseigenaren die verhuizen naar een woning met lagere hypotheeklasten of om mensen die eerder stoppen met werken, waardoor een AOW-gat ontstaat. Ook als voldoende eigen middelen aanwezig zijn, kan geen nieuwe hypotheek worden afgesloten.

Bij koopstarters gaat het vaak om de beoordeling van flexibele arbeidscontracten en het bestendig inkomen.

Nieuwkomers willen alleen standaardhypotheken verstrekken

Uit het onderzoek blijkt dat een vijftal geldverstrekkers (Argenta, BijBouwe, Merius, Moneyou en vooralsnog NIBC) geen hypotheken aanbiedt aan mensen die niet aan de standaard inkomensnormen voldoen. Een van deze partijen zegt daarover: ‘Wij willen de kosten laag houden met aantrekkelijke productvoorwaarden en een scherpe rente, in combinatie met een snel, voorspelbaar en zoveel mogelijk geautomatiseerd acceptieproces’.

Een achttal geldverstrekkers (ASR, Lloyds Bank, Aegon, Centraal Beheer, Venn Hypotheken, Delta Lloyd, Woonfonds en vooralsnog MUNT) neemt geen voorwaarden op voor maatwerk in het kredietbeleid. Maatwerk is alleen mogelijk als een aanvraag tijdens het acceptatieproces toch niet blijkt te passen binnen de reguliere normen.

Maatwerkinformatie kan veel beter

Tien hypotheekaanbieders bieden wel maatwerkhypotheken aan, maar de informatie die zij daarover verstrekken is vaak vaag en weinig concreet, vindt Vereniging Eigen Huis. Een onafhankelijk hypotheekadviseur kan daarmee niet vaststellen of de aanvraag die hij voor een klant doet ook kans van slagen heeft. Door deze onzekerheid zullen adviseurs klanten niet kunnen helpen, of hen onnodig op kosten jagen als de aanvraag met verschillende hypotheekaanbieders moet worden besproken.

ING is een positieve uitzondering en biedt een concreet kader voor maatwerk. Als er bij de klant bijvoorbeeld sprake is van een inkomensterugval voor de pensioendatum van maximaal vier jaar, dan kan deze periode worden overbrugd met eigen vermogen. Veel andere hypotheekaanbieders willen in dit scenario alleen het inkomen, en niet het vermogen van de klant meerekenen.

* Platform Maatwerk: om belemmeringen bij hypotheekverstrekking weg te nemen is vorig jaar door de toenmalig Minister voor Wonen en Rijksdienst het Platform Maatwerk opgestart. Aan het platform namen diverse banken en verzekeraars, hypotheekadviseurs, de NVB, het VvV, het Nibud, de Vereniging Eigen Huis, het Waarborgfonds Eigen Woningen en de AFM deel.

GGN versterkt marktpositie door overname Invoned

0
GGN versterkt marktpositie door overname Invoned
GGN versterkt marktpositie door overname Invoned

GGN maakt vandaag de overname van Invoned bekend en zet hiermee een grote stap om haar marktpositie verder te verstevigen.

Door naast het bestaande productaanbod ook de markt van belastingvorderingen verder te betreden, zoekt GGN de verbreding. Met de landelijke dekking die GGN met haar deurwaardersnetwerk biedt en de efficiënte processen die Invoned heeft voor het behandelen van belastingvorderingen, wordt een unieke combinatie gecreëerd.

GGN en Invoned: unieke en sterke combinatie

Martin van Loon, CEO GGN: ‘Met deze overname zetten wij een belangrijke stap in het verder versterken van onze positie als marktleider in de markt van incasso- en deurwaardersdiensten. Invoned is de nummer 2 in de wereld van belastingvorderingen en is dé invorderingsexpert van Nederland. Door het bundelen van krachten creëren we een unieke combinatie: Invoned met een bestaande marktpositie en bewezen dienstverlening in fiscale vorderingen en GGN met een landelijk solide basis. Dat biedt perspectief voor verdere groei.’

John Scholten, directeur Invoned: ‘Invoned heeft de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Daarbij is de behoefte ontstaan aan een stevige partner, om zo te kunnen blijven voldoen aan de toenemende en meer gespecialiseerde vraag naar invorderings-en incassowerkzaamheden. Door het samengaan met GGN ontstaat er een perfecte landelijke dekking van deurwaarders en komt een organisatie tot stand die, in de lokale belastingwereld, in staat én wettelijk bevoegd is alle voorkomende invorderings-en incassowerkzaamheden uit te voeren. Zoals bijvoorbeeld de invordering van alle voorkomende lokale belastingen, terugvordering én verhaal ingevolge de Participatiewet en de WMO, alsmede de incasso van overige private vorderingen in het publieke domein. Dé basis voor een sterke marktpositie.’

Sociaal én financieel rendement

Het bundelen van de krachten gaat GGN ook helpen bij haar missie om meer mens-verantwoord te incasseren. Afgelopen anderhalf jaar is daar al een belangrijk verschil gemaakt. Onder meer door verdere digitalisering en automatisering, waarbij krachtige technieken als Artificial Intelligence, datadriven denken en datamining in combinatie met de ‘menselijke maat’ zorgen voor een hoger sociaal en financieel rendement. Natuurlijk is financieel rendement voor klanten belangrijk, maar gelukkig wensen zij ook steeds vaker een mens- en debiteurgerichte aanpak. Dat betekent zoveel mogelijk op maat én met oprechte aandacht. Want aandacht loont.

Over GGN

Met 14 eigen incasso- en gerechtsdeurwaarderskantoren verspreid over het land en 1.000 medewerkers, onder wie 100 gerechtsdeurwaarders, 400 incassospecialisten en 35 juristen, is GGN de grootste gerechtsdeurwaarder- en incasso organisatie van Nederland. De marktleider loopt voorop als het gaat om innovaties en digitalisering.

GGN biedt organisaties alle diensten die nodig zijn om rekeningen betaald te krijgen. Van acceptatie, facturatie, debiteurenbeheer tot en met minnelijke en gerechtelijke incasso. Bij alles wat we doen maken we effectief gebruik van kennis van debiteuren en hun betaalgedrag waarbij sociaal en financieel rendement samenkomen. GGN, aandacht loont.

BKR zwicht voor druk: registraties toch verwijderd

0
BKR zwicht voor druk: registraties toch verwijderd
BKR zwicht voor druk: registraties toch verwijderd

Reglement aangepast na gewonnen rechtszaken door Dynamiet en Kamervragen

ZOETERMEER/TIEL – Nederlanders die geen hypotheek of lening kunnen krijgen omdat ze vanwege een kleine betalingsachterstand op de zwarte lijst van het Bureau Krediet Registratie (BKR) in Tiel staan, kunnen die negatieve registratie weer laten verwijderen.

Onder druk van tientallen verloren rechtszaken, aangespannen door Dynamiet Nederland, en diverse Kamervragen is het BKR gezwicht. Het heeft zijn reglementen zo veranderd dat het verwijderen van terechte registraties toch mogelijk is.

Juridisch dienstverlener Dynamiet Nederland voert al een jaar lang een verbeten strijd tegen de schendingen van consumentenrechten door het BKR. ,,Daarom voelt dit als overwinning. We hebben altijd al gezegd dat het verwijderen van terechte negatieve registraties kan en mag en zelfs dat het wettelijk moet. Nu geeft het BKR dit zelf ook toe,” stelt directeur Deepak Thakoerdien van Dynamiet.nl.

Het bureau helpt jaarlijks vele mensen om van hun negatieve registratie af te komen. Daarbij doet Dynamiet.nl een beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 2011. Dat stelt dat kredietverstrekkers altijd een belangenafweging moeten maken wanneer iemand om verwijdering van zijn registratie vraagt. Als de schuld niet opweegt tegen de gevolgen, moet die geschrapt worden, aldus de hoogste rechter.

In februari 2017 wijzigde het BKR ineens zijn reglementen, waardoor kredietverstrekkers en banken de registratie niet meer konden verwijderen. Daardoor moesten consumenten voor elk verzoek een rechtszaak aanspannen. Dynamiet.nl spande sinds de nieuwe BKR-regels 63 rechtszaken aan, waarvan er nog 22 lopen. Op drie na werden alle zaken gewonnen of buiten de rechtbank om geschikt. Steeds oordeelde de rechter dat de negatieve registratie niet opwoog tegen de gevolgen. ,,We konden deze rechtszaken met onze ogen dicht doen. De rechter oordeelde steeds hetzelfde,” vertelt Thakoerdien. Hij verwacht nu dat nieuwe rechtszaken niet meer nodig zijn.

Het BKR kreeg het afgelopen jaar veel kritiek. Media als NRC en FD besteedden aandacht aan de slachtoffers van het nieuwe beleid. Bijna zeshonderd gedupeerden meldden zich aan bij de Stichting Registratieleed om een collectieve rechtszaak tegen het BKR aan te spannen. De Tweede Kamer stelde in juli en augustus vragen, waarop minister Dijsselbloem van financiën voor het einde van het jaar een oplossing eiste van het BKR. Nu die er is gekomen, is de collectieve rechtszaak niet meer nodig.

Het BKR heeft 22 januari een nieuw reglement en een nieuwe ‘Handreiking Belangenafweging’ gepubliceerd. Daarin erkent het dat terechte registraties na een belangenafweging toch verwijderd kunnen worden als die disproportioneel zijn. Daarvan is sprake naarmate de individuele omstandigheden van een consument zwaarder wegen of naarmate de gevolgen van een registratie groter zijn. Als het belang van registratie zwaarder weegt, blijft die gehandhaafd. Met de handreiking kunnen kredietverleners verzoeken van consumenten beoordelen en de registratie schrappen.

EINDE PERSBERICHT 

Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben

0
Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben
Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben

5 december is voor de meeste kinderen in Nederland een feestelijke dag. Maar voor de 378.000 kinderen die opgroeien in armoede is het elk jaar weer de vraag of er cadeautjes zijn op Pakjesavond. Op de verjaardag van Sinterklaas vraagt de Kinderombudsman met het rapport Alle kinderen kansrijk aandacht voor deze groep. Uit het onderzoek van de Kinderombudsman blijkt dat kinderen die opgroeien in armoede op alle vlakken in hun leven worden beperkt in hun ontwikkeling en het armoedebeleid onvoldoende aansluit bij wat deze kinderen echt nodig hebben.

In Nederland groeit een op de negen kinderen op in armoede. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer benadrukt de impact die dit heeft op het leven van kinderen: ‘Opgroeien in armoede is zoveel meer dan het niet hebben van spullen. Deze kinderen lopen op alle vlakken in hun leven achterstand op en hebben minder kansen om zich goed te ontwikkelen.’ De aanpak van armoede moet volgens de Kinderombudsvrouw daarom gericht zijn op alle gebieden waar kinderen in armoede achterstand hebben: ‘Armoedebeleid is nu vooral gericht is op het verbeteren van het leven van kinderen buitenshuis. Om deze kinderen echt te helpen, moet er een samenhangende aanpak komen die zich richt op de hele leefomgeving van kinderen, te beginnen bij het verbeteren van de onzekere en instabiele thuissituatie.’

 Laag rapportcijfer

Voor het onderzoek is gesproken met kinderen, jongeren en ouders die leven in armoede en vertegenwoordigers van gemeenten. Ook is een analyse gemaakt van een online vragenlijst die 1395 kinderen en jongeren hebben ingevuld over hun leven. Van deze kinderen en jongeren hebben 196 te maken met armoede thuis.

Uit de vragenlijst blijkt dat kinderen en jongeren in armoede veel negatiever zijn over hun leven dan hun leeftijdsgenoten die niet in armoede opgroeien. Zij geven hun leven gemiddeld een 6,6, terwijl kinderen die geen armoede kennen hun leven met een 7,5 beoordelen. Wanneer er naast armoede thuis nog andere problemen spelen, geven kinderen hun leven slechts een 5,5.

Gebrek aan zekerheid

Opvallend is dat bijna veertig procent van de kinderen en jongeren die opgroeien in armoede ontevreden is over de zekerheid en stabiliteit in hun leven. Uit de gesprekken met kinderen, jongeren en ouders blijkt dat er thuis vaak een stapeling van problemen is die met armoede te maken heeft. Er is niet elke dag een warme maaltijd, gezinnen zijn bang om hun huis uit te worden gezet en er zijn zorgen over de kosten voor school en zorg. Zowel kinderen als ouders hebben last van spanning en stress en veel kinderen vinden dat ze te weinig aandacht krijgen van hun ouders. Ouders zeggen dat zij kinderen onvoldoende kunnen bieden en vinden dat de voorzieningen in hun gemeente niet aansluiten bij hun noodzakelijke behoeften.

Stabiele thuissituatie

De Kinderombudsvrouw stelt dat het huidige armoedebeleid te weinig is gericht op de thuissituatie van kinderen en er niet goed wordt gekeken naar wat een gezin echt nodig heeft: ‘Veel problemen die kinderen buitenshuis ervaren, zoals uitsluiting of problemen op school, hebben te maken met het gebrek aan zekerheid en stabiliteit thuis.’ Ze pleit daarom voor meer maatwerk en wil dat met elk gezin een plan wordt gemaakt dat gericht is op het stabiliseren van de thuissituatie en het verbeteren van het toekomstperspectief van kinderen en ouders: ‘Dat begint bij het verbeteren van de inkomenssituatie en het oplossen van schulden, zodat er minder stress is, ouders meer ruimte hebben voor hun kinderen en het gezin weer vertrouwen krijgt in de toekomst. Vraag kinderen en ouders zelf wat zij nodig hebben. De aanpak van armoede begint echt thuis.’

Grotere rol scholen en een fijne buurt

Naast het verbeteren van de thuissituatie, blijft het volgens de Kinderombudsvrouw nodig om te investeren in leven van kinderen buiten de deur. Scholen moeten de problemen rond uitsluiting en gebrek aan kansen herkennen en kinderen hierin ondersteunen. Ook moet er geïnvesteerd worden in veilige, schone en groene buurten en in laagdrempelige activiteiten in de buurt: ‘Kinderen en jongeren in armoede hebben het recht dat wij er alles aan doen om te zorgen dat zij opgroeien in een gezin waar genoeg geld is van om te leven en een omgeving waarin zij zich goed kunnen ontwikkelen.’

Berichten