Cedris roept kabinet om loonkostensubsidie te behouden

0
Cedris roept kabinet om loonkostensubsidie te behouden
Cedris roept kabinet om loonkostensubsidie te behouden

Cedris roept kabinet op om loonkostensubsidie te behouden

Voorzitter Job Cohen: “leg bureaucratie en de rekening niet neer bij arbeidsbeperkte”

 

Het kabinet wil voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt het instrument loonkostensubsidie vervangen door loondispensatie. Dat blijkt uit een hoofdlijnennotitie die vandaag is gepubliceerd. Cedris waarschuwt dat dit voor de kwetsbare groep mensen om wie het gaat zeer nadelig uitpakt. Eerder publiceerde Cedris al een onderzoek waaruit blijkt dat ook werkgevers niet zitten te wachten op loondispensatie.

Werkgevers ontvangen een loonkostensubsidie als zij iemand in dienst nemen die minder kan verdienen dan het wettelijk minimumloon; het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon wordt dan vergoed. Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil dat omzetten in loondispensatie. Dat betekent dat de werkgever aan iemand met een arbeidsbeperking minder dan het minimumloon mag betalen. Deze werknemers moeten vervolgens zelf regelen dat hun loon wordt aangevuld door de sociale dienst tot maximaal minimumloon. Hiervoor gelden de bijstandsregels, waardoor sommige werknemers, zoals mensen met een (werkende) partner geen recht hebben op een aanvulling, maar alleen een ‘half salaris’ ontvangen. Op termijn gaat dit om meer dan 200.000 werknemers.

Cedris-voorzitter Job Cohen: “Ook voor de mensen die wél een aanvulling krijgen, betekent dit dat iemand nooit een volwaardig werknemer wordt. Hij blijft  zijn hele loopbaan gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Bovendien wordt de uitvoering verlegd van de werkgever naar de kwetsbare werknemer, met een groot risico op schulden.”

En die uitvoering is vaak complex: werknemers krijgen te maken met bijvoorbeeld bevoorschotting (toeslagen) en verrekeningen achteraf met de uitkering. Bovendien bouwt iemand geen pensioen en amper WW-rechten op. Niet-uitkeringsgerechtigden (o.a. schoolverlaters VSO Pro) kunnen met het instrument loondispensatie nooit een volledig salaris opbouwen, terwijl zij wel een volledige week werken.

Uit onderzoek van Cedris blijkt dat ruim zeventig procent van de werkgevers die werken met loonkostensubsidie geen behoefte heeft aan het nieuwe instrument loondispensatie. Tachtig procent van hen is positief tot zeer positief over het huidige instrument loonkostensubsidie. En ruim zestig procent heeft negatieve verwachtingen van het nieuwe instrument loondispensatie.

Eerder al spraken zo’n 20 organisaties zich in verschillende media uit tegen loondispensatie. Het betreft zowel werknemersvertegenwoordigers, clientenorganisaties, brancheorganisaties als deskundigen.

Cedris roept staatssecretaris Van Ark op het huidige instrument loonkostensubsidie te behouden én te verbeteren. Het onderzoek onder werkgevers biedt hiervoor aanknopingspunten. Cedris denkt dat het voor werkgevers aantrekkelijker, makkelijker en goedkoper gemaakt kan worden, zónder de rekening en de bureaucratie naar de werknemer te verschuiven. Cohen: “Werkgevers ervaren bureaucratie. Die moet weggenomen worden, maar niet verplaatst naar mensen met een beperking. Wij onderschrijven het sociale doel van de staatsecretaris ‘werk moet lonen’, maar dit is de verkeerde aanpak. Dat kan ook anders: bijvoorbeeld door de bijverdienregeling voor part-timers aan te passen.”

Cedris is de landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid en re-integratie. De leden van Cedris zorgen voor een goede match op de arbeidsmarkt tussen werkgevers en mensen met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor maken ze gebruik van de zes instrumenten voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet en de banenafspraak.

 

 

VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk

0
VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk
VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk

VEH: Hypotheek met maatwerk nog nauwelijks mogelijk

Grootste kans op maatwerk bij banken

Amersfoort, 13 maart 2018 – Slechts 10 van de 23 door Vereniging Eigen Huis onderzochte geldverstrekkers bieden hun klanten actief maatwerk hypotheek oplossingen aan. Opvallend genoeg zijn dit vooral banken. Verzekeraars en nieuwe geldverstrekkers op de hypotheekmarkt laten het veelal bewust afweten om maatwerkhypotheken aan te bieden. Hierdoor kunnen veel mensen die niet in een standaard profiel passen daar ook geen hypotheek afsluiten.

Nog steeds te weinig maatwerkhypotheken

Vereniging Eigen Huis onderzocht of geldverstrekkers als banken, verzekeraars en nieuwkomers op de hypotheekmarkt gebruik maken van de mogelijkheden om verantwoord maatwerk aan te bieden. Medio vorig jaar heeft het Platform Maatwerk voor hypotheekverstrekking* hiervoor een aantal oplossingen aangedragen. ‘Bij veel geldverstrekkers ontbreekt het nog steeds aan concrete en voorspelbare invulling van maatwerk. Daardoor is de kans groot dat klanten met een afwijkend profiel bot vangen als zij een hypotheek aanvragen om een huis te kunnen kopen’, aldus Nico Stolwijk, manager belangenbehartiging bij Vereniging Eigen Huis.

Nauwelijks maatwerk voor senioren en starters

Met name voor senioren en koopstarters lopen tegen belemmeringen aan door gebrek aan maatwerk. Zij krijgen geen passende hypotheek, terwijl dat in hun financiële situatie vaak wel verantwoord is. Bij senioren gaat het bijvoorbeeld om huiseigenaren die verhuizen naar een woning met lagere hypotheeklasten of om mensen die eerder stoppen met werken, waardoor een AOW-gat ontstaat. Ook als voldoende eigen middelen aanwezig zijn, kan geen nieuwe hypotheek worden afgesloten.

Bij koopstarters gaat het vaak om de beoordeling van flexibele arbeidscontracten en het bestendig inkomen.

Nieuwkomers willen alleen standaardhypotheken verstrekken

Uit het onderzoek blijkt dat een vijftal geldverstrekkers (Argenta, BijBouwe, Merius, Moneyou en vooralsnog NIBC) geen hypotheken aanbiedt aan mensen die niet aan de standaard inkomensnormen voldoen. Een van deze partijen zegt daarover: ‘Wij willen de kosten laag houden met aantrekkelijke productvoorwaarden en een scherpe rente, in combinatie met een snel, voorspelbaar en zoveel mogelijk geautomatiseerd acceptieproces’.

Een achttal geldverstrekkers (ASR, Lloyds Bank, Aegon, Centraal Beheer, Venn Hypotheken, Delta Lloyd, Woonfonds en vooralsnog MUNT) neemt geen voorwaarden op voor maatwerk in het kredietbeleid. Maatwerk is alleen mogelijk als een aanvraag tijdens het acceptatieproces toch niet blijkt te passen binnen de reguliere normen.

Maatwerkinformatie kan veel beter

Tien hypotheekaanbieders bieden wel maatwerkhypotheken aan, maar de informatie die zij daarover verstrekken is vaak vaag en weinig concreet, vindt Vereniging Eigen Huis. Een onafhankelijk hypotheekadviseur kan daarmee niet vaststellen of de aanvraag die hij voor een klant doet ook kans van slagen heeft. Door deze onzekerheid zullen adviseurs klanten niet kunnen helpen, of hen onnodig op kosten jagen als de aanvraag met verschillende hypotheekaanbieders moet worden besproken.

ING is een positieve uitzondering en biedt een concreet kader voor maatwerk. Als er bij de klant bijvoorbeeld sprake is van een inkomensterugval voor de pensioendatum van maximaal vier jaar, dan kan deze periode worden overbrugd met eigen vermogen. Veel andere hypotheekaanbieders willen in dit scenario alleen het inkomen, en niet het vermogen van de klant meerekenen.

* Platform Maatwerk: om belemmeringen bij hypotheekverstrekking weg te nemen is vorig jaar door de toenmalig Minister voor Wonen en Rijksdienst het Platform Maatwerk opgestart. Aan het platform namen diverse banken en verzekeraars, hypotheekadviseurs, de NVB, het VvV, het Nibud, de Vereniging Eigen Huis, het Waarborgfonds Eigen Woningen en de AFM deel.

GGN versterkt marktpositie door overname Invoned

0
GGN versterkt marktpositie door overname Invoned
GGN versterkt marktpositie door overname Invoned

GGN maakt vandaag de overname van Invoned bekend en zet hiermee een grote stap om haar marktpositie verder te verstevigen.

Door naast het bestaande productaanbod ook de markt van belastingvorderingen verder te betreden, zoekt GGN de verbreding. Met de landelijke dekking die GGN met haar deurwaardersnetwerk biedt en de efficiënte processen die Invoned heeft voor het behandelen van belastingvorderingen, wordt een unieke combinatie gecreëerd.

GGN en Invoned: unieke en sterke combinatie

Martin van Loon, CEO GGN: ‘Met deze overname zetten wij een belangrijke stap in het verder versterken van onze positie als marktleider in de markt van incasso- en deurwaardersdiensten. Invoned is de nummer 2 in de wereld van belastingvorderingen en is dé invorderingsexpert van Nederland. Door het bundelen van krachten creëren we een unieke combinatie: Invoned met een bestaande marktpositie en bewezen dienstverlening in fiscale vorderingen en GGN met een landelijk solide basis. Dat biedt perspectief voor verdere groei.’

John Scholten, directeur Invoned: ‘Invoned heeft de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Daarbij is de behoefte ontstaan aan een stevige partner, om zo te kunnen blijven voldoen aan de toenemende en meer gespecialiseerde vraag naar invorderings-en incassowerkzaamheden. Door het samengaan met GGN ontstaat er een perfecte landelijke dekking van deurwaarders en komt een organisatie tot stand die, in de lokale belastingwereld, in staat én wettelijk bevoegd is alle voorkomende invorderings-en incassowerkzaamheden uit te voeren. Zoals bijvoorbeeld de invordering van alle voorkomende lokale belastingen, terugvordering én verhaal ingevolge de Participatiewet en de WMO, alsmede de incasso van overige private vorderingen in het publieke domein. Dé basis voor een sterke marktpositie.’

Sociaal én financieel rendement

Het bundelen van de krachten gaat GGN ook helpen bij haar missie om meer mens-verantwoord te incasseren. Afgelopen anderhalf jaar is daar al een belangrijk verschil gemaakt. Onder meer door verdere digitalisering en automatisering, waarbij krachtige technieken als Artificial Intelligence, datadriven denken en datamining in combinatie met de ‘menselijke maat’ zorgen voor een hoger sociaal en financieel rendement. Natuurlijk is financieel rendement voor klanten belangrijk, maar gelukkig wensen zij ook steeds vaker een mens- en debiteurgerichte aanpak. Dat betekent zoveel mogelijk op maat én met oprechte aandacht. Want aandacht loont.

Over GGN

Met 14 eigen incasso- en gerechtsdeurwaarderskantoren verspreid over het land en 1.000 medewerkers, onder wie 100 gerechtsdeurwaarders, 400 incassospecialisten en 35 juristen, is GGN de grootste gerechtsdeurwaarder- en incasso organisatie van Nederland. De marktleider loopt voorop als het gaat om innovaties en digitalisering.

GGN biedt organisaties alle diensten die nodig zijn om rekeningen betaald te krijgen. Van acceptatie, facturatie, debiteurenbeheer tot en met minnelijke en gerechtelijke incasso. Bij alles wat we doen maken we effectief gebruik van kennis van debiteuren en hun betaalgedrag waarbij sociaal en financieel rendement samenkomen. GGN, aandacht loont.

BKR zwicht voor druk: registraties toch verwijderd

0
BKR zwicht voor druk: registraties toch verwijderd
BKR zwicht voor druk: registraties toch verwijderd

Reglement aangepast na gewonnen rechtszaken door Dynamiet en Kamervragen

ZOETERMEER/TIEL – Nederlanders die geen hypotheek of lening kunnen krijgen omdat ze vanwege een kleine betalingsachterstand op de zwarte lijst van het Bureau Krediet Registratie (BKR) in Tiel staan, kunnen die negatieve registratie weer laten verwijderen.

Onder druk van tientallen verloren rechtszaken, aangespannen door Dynamiet Nederland, en diverse Kamervragen is het BKR gezwicht. Het heeft zijn reglementen zo veranderd dat het verwijderen van terechte registraties toch mogelijk is.

Juridisch dienstverlener Dynamiet Nederland voert al een jaar lang een verbeten strijd tegen de schendingen van consumentenrechten door het BKR. ,,Daarom voelt dit als overwinning. We hebben altijd al gezegd dat het verwijderen van terechte negatieve registraties kan en mag en zelfs dat het wettelijk moet. Nu geeft het BKR dit zelf ook toe,” stelt directeur Deepak Thakoerdien van Dynamiet.nl.

Het bureau helpt jaarlijks vele mensen om van hun negatieve registratie af te komen. Daarbij doet Dynamiet.nl een beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 2011. Dat stelt dat kredietverstrekkers altijd een belangenafweging moeten maken wanneer iemand om verwijdering van zijn registratie vraagt. Als de schuld niet opweegt tegen de gevolgen, moet die geschrapt worden, aldus de hoogste rechter.

In februari 2017 wijzigde het BKR ineens zijn reglementen, waardoor kredietverstrekkers en banken de registratie niet meer konden verwijderen. Daardoor moesten consumenten voor elk verzoek een rechtszaak aanspannen. Dynamiet.nl spande sinds de nieuwe BKR-regels 63 rechtszaken aan, waarvan er nog 22 lopen. Op drie na werden alle zaken gewonnen of buiten de rechtbank om geschikt. Steeds oordeelde de rechter dat de negatieve registratie niet opwoog tegen de gevolgen. ,,We konden deze rechtszaken met onze ogen dicht doen. De rechter oordeelde steeds hetzelfde,” vertelt Thakoerdien. Hij verwacht nu dat nieuwe rechtszaken niet meer nodig zijn.

Het BKR kreeg het afgelopen jaar veel kritiek. Media als NRC en FD besteedden aandacht aan de slachtoffers van het nieuwe beleid. Bijna zeshonderd gedupeerden meldden zich aan bij de Stichting Registratieleed om een collectieve rechtszaak tegen het BKR aan te spannen. De Tweede Kamer stelde in juli en augustus vragen, waarop minister Dijsselbloem van financiën voor het einde van het jaar een oplossing eiste van het BKR. Nu die er is gekomen, is de collectieve rechtszaak niet meer nodig.

Het BKR heeft 22 januari een nieuw reglement en een nieuwe ‘Handreiking Belangenafweging’ gepubliceerd. Daarin erkent het dat terechte registraties na een belangenafweging toch verwijderd kunnen worden als die disproportioneel zijn. Daarvan is sprake naarmate de individuele omstandigheden van een consument zwaarder wegen of naarmate de gevolgen van een registratie groter zijn. Als het belang van registratie zwaarder weegt, blijft die gehandhaafd. Met de handreiking kunnen kredietverleners verzoeken van consumenten beoordelen en de registratie schrappen.

EINDE PERSBERICHT 

Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben

0
Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben
Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben

5 december is voor de meeste kinderen in Nederland een feestelijke dag. Maar voor de 378.000 kinderen die opgroeien in armoede is het elk jaar weer de vraag of er cadeautjes zijn op Pakjesavond. Op de verjaardag van Sinterklaas vraagt de Kinderombudsman met het rapport Alle kinderen kansrijk aandacht voor deze groep. Uit het onderzoek van de Kinderombudsman blijkt dat kinderen die opgroeien in armoede op alle vlakken in hun leven worden beperkt in hun ontwikkeling en het armoedebeleid onvoldoende aansluit bij wat deze kinderen echt nodig hebben.

In Nederland groeit een op de negen kinderen op in armoede. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer benadrukt de impact die dit heeft op het leven van kinderen: ‘Opgroeien in armoede is zoveel meer dan het niet hebben van spullen. Deze kinderen lopen op alle vlakken in hun leven achterstand op en hebben minder kansen om zich goed te ontwikkelen.’ De aanpak van armoede moet volgens de Kinderombudsvrouw daarom gericht zijn op alle gebieden waar kinderen in armoede achterstand hebben: ‘Armoedebeleid is nu vooral gericht is op het verbeteren van het leven van kinderen buitenshuis. Om deze kinderen echt te helpen, moet er een samenhangende aanpak komen die zich richt op de hele leefomgeving van kinderen, te beginnen bij het verbeteren van de onzekere en instabiele thuissituatie.’

 Laag rapportcijfer

Voor het onderzoek is gesproken met kinderen, jongeren en ouders die leven in armoede en vertegenwoordigers van gemeenten. Ook is een analyse gemaakt van een online vragenlijst die 1395 kinderen en jongeren hebben ingevuld over hun leven. Van deze kinderen en jongeren hebben 196 te maken met armoede thuis.

Uit de vragenlijst blijkt dat kinderen en jongeren in armoede veel negatiever zijn over hun leven dan hun leeftijdsgenoten die niet in armoede opgroeien. Zij geven hun leven gemiddeld een 6,6, terwijl kinderen die geen armoede kennen hun leven met een 7,5 beoordelen. Wanneer er naast armoede thuis nog andere problemen spelen, geven kinderen hun leven slechts een 5,5.

Gebrek aan zekerheid

Opvallend is dat bijna veertig procent van de kinderen en jongeren die opgroeien in armoede ontevreden is over de zekerheid en stabiliteit in hun leven. Uit de gesprekken met kinderen, jongeren en ouders blijkt dat er thuis vaak een stapeling van problemen is die met armoede te maken heeft. Er is niet elke dag een warme maaltijd, gezinnen zijn bang om hun huis uit te worden gezet en er zijn zorgen over de kosten voor school en zorg. Zowel kinderen als ouders hebben last van spanning en stress en veel kinderen vinden dat ze te weinig aandacht krijgen van hun ouders. Ouders zeggen dat zij kinderen onvoldoende kunnen bieden en vinden dat de voorzieningen in hun gemeente niet aansluiten bij hun noodzakelijke behoeften.

Stabiele thuissituatie

De Kinderombudsvrouw stelt dat het huidige armoedebeleid te weinig is gericht op de thuissituatie van kinderen en er niet goed wordt gekeken naar wat een gezin echt nodig heeft: ‘Veel problemen die kinderen buitenshuis ervaren, zoals uitsluiting of problemen op school, hebben te maken met het gebrek aan zekerheid en stabiliteit thuis.’ Ze pleit daarom voor meer maatwerk en wil dat met elk gezin een plan wordt gemaakt dat gericht is op het stabiliseren van de thuissituatie en het verbeteren van het toekomstperspectief van kinderen en ouders: ‘Dat begint bij het verbeteren van de inkomenssituatie en het oplossen van schulden, zodat er minder stress is, ouders meer ruimte hebben voor hun kinderen en het gezin weer vertrouwen krijgt in de toekomst. Vraag kinderen en ouders zelf wat zij nodig hebben. De aanpak van armoede begint echt thuis.’

Grotere rol scholen en een fijne buurt

Naast het verbeteren van de thuissituatie, blijft het volgens de Kinderombudsvrouw nodig om te investeren in leven van kinderen buiten de deur. Scholen moeten de problemen rond uitsluiting en gebrek aan kansen herkennen en kinderen hierin ondersteunen. Ook moet er geïnvesteerd worden in veilige, schone en groene buurten en in laagdrempelige activiteiten in de buurt: ‘Kinderen en jongeren in armoede hebben het recht dat wij er alles aan doen om te zorgen dat zij opgroeien in een gezin waar genoeg geld is van om te leven en een omgeving waarin zij zich goed kunnen ontwikkelen.’

Humanistische Partij doet mee aan gemeenteraadsverkiezingen

0
Humanistische Partij doet mee aan gemeenteraadsverkiezingen
Humanistische Partij doet mee aan gemeenteraadsverkiezingen

Humanistische Partij Nederland in actie

De Humanistische Partij Nederland wil een moderne economische samenleving

BUNNIK, 20171205 — De Humanistische Partij Nederland gaat meedoen met de verkiezingen van de Gemeenteraden in Nederland. De Humanistische Partij – georganiseerd in de Humanistische Beweging is geinspireerd op het manifest van Raoul Martinez ‘Hoe vrij zijn wij?’,  en de aanbevelingen die hij in dat boek verwoordt.

In een moderne wereld zoals Nederland is behoren geen economische en machtsverhoudingen te zijn die nog stammen uit de middeleeuwen. Ook het denken van politici ambtenaren en beleidsmakers stamt allemaal nog uit de middeleeuwen en regententijd. Daar moeten we vanaf! Wij willen slimme investeringen in zorg, eerlijke verdeling van de economie.beter onderwijs. Basisinkomen van 1500 euro per maand netto voor mensen met een uitkering.

Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard euro bedragen. Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen.

Van de 7 miljoen huishoudens in Nederland moeten er 221.000 langer dan vier jaar rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Dit aantal is in 2015 toegenomen. Daarnaast lopen 626.000 huishoudens een risico op armoede. Dat blijkt uit cijfers die het CBS op 8 februari 2017 publiceerde.

Het hebben van problematische schulden is geen monopolie van huishoudens met een laag inkomen. Uit onderzoek van het Panteia blijkt dat 30% van de Nederlandse huishoudens te kampen heeft met betalingsachterstanden.

Als mensen geconfronteerd worden met een scheiding of ontslag kunnen ook mensen met een midden of een hoger inkomen te maken krijgen met problematische schulden. Dat laat onverlet dat een groot deel van de mensen dat zich meldt bij de schuldhulpverlening moet rondkomen van een minimuminkomen. Sinds 2011 is het percentage ontvangers van schuldhulpverlening met een inkomen tot modaal gestegen van 74% tot 87%.

Uit de minima-effect rapportage gemeente Den Haag 2015 van het NIBUD blijkt dat diverse typen huishoudens domweg onvoldoende inkomen hebben om rond te komen. In Den Haag komt een paar op het minimum (zonder kinderen), na gebruik te maken van de gemeentelijke financiële ondersteuning, € 66,- per maand tekort. Een paar op het minimum, met twee kinderen van 3 en 5, komt € 60 tekort. Een paar op het minimum, met kinderen van 12 en 14 jaar, komt zelfs € 174 per maand te kort om alle uitgaven te doen die het NIBUD als norm hanteert. Het hoogste tekort is een paar met een inkomen van 120% van het minimum met twee kinderen van 12 en 14. Zo’n huishouden komt € 183,- tekort.

In verschillende verdragen is terug te zien dat armoede en mensenrechten met elkaar zijn verbonden. In artikel 11 van het Internationale verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) staat dat iedereen recht heeft op een behoorlijke levensstandaard. Ook heeft iedereen recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting. Dit is vastgelegd in artikel 30 van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Volgens dit artikel moeten landen ervoor zorgen dat mensen in een situatie van sociale uitsluiting of armoede, toegang hebben tot werk, woning, onderwijs, cultuur en sociale en medische bijstand. Dit geldt ook voor mensen die risico lopen op armoede en sociale uitsluiting.

Armoede is dus niet alleen een tekort aan geld. In armoede leven kan slecht zijn voor de gezondheid. Mensen met een laag inkomen hebben vaker problemen met hun gezondheid. Maar ook andersom: mensen met gezondheidsproblemen hebben een groter risico om in armoede terecht te komen.

Inwoners van Overvecht maken de hoogste zorgkosten van Nederland: 2571 euro per persoon per jaar. Dat is 25 procent meer dan mensen van dezelfde leeftijd in de rest van Nederland.

Niet alleen gemeten over alle drie de jaren, maar ook in 2013 is Overvecht het gebied met relatief de hoogste zorgkosten. Mensen hebben er relatief vaak last van chronische ziektes, zoals diabetes en COPD, en psychische aandoeningen.

Raadslid Bouchra Dibi is al tien jaar lang welzijnswerker. Armoede en sociale problemen zijn belangrijke oorzaken van de slechte gezondheid van de inwoners van Overvecht. Die leiden ertoe dat mensen er een ongezonde levensstijl op na houden.

“Mensen zijn vooral bezig met overleven”, zegt Dibi. “Hoe los ik mijn schulden op? Hoe zorg ik dat mijn verslaafde zoon hulp krijgt, of hulp bij depressie? De gezondheid komt dan onderaan,” zegt ze tegen RTL. Achterstandswijken hebben de meeste zorgkosten, samenhangend met armoede en schulden problemen.

De Humanistische Partij Nederland wil.

Versteviging van het Midden en Kleinbedrijf en zelfstandigen zonder personeel, middels subsidies en startersleningen en garanties. Dit levert banen op die we nodig hebben. Een invesering jaarlijks van 10 miljard voor de kleine ondernemers en lokale initiatieven.

Geen gijzelingen meer van mensen die hun verkeersboetes niet kunnen betalen.    Dit levert een besparing op van 1 miljard aan kosten voor de belastingbetaler.

Investering van 20 miljard in ontwikkelingshulp jaarlijks. Dit levert de belastingbetaler jaarlijks een besparing op van 50 miljard aan opvangkosten van economisch vluchtelingen

Investering van 1 miljard aan opsporing van belastingontduiking van de 200.000 rijkste Nederlanders hetgeen een besparing van 10 miljard per jaar betekent voor de normale belastingbetaler.

Afschaffing van de subsidie op hypotheken, de woningaftrek, hetgeen een jaarlijkse besparting oplevert van 11 miljard voor de normale belastingbetaler. Bijkomend voordeel is dat de prijzen van de woningen betaalbaar worden voor starters.

Investering van 1 miljard per jaar aan schuldenpreventie en afschaffing van incasso wetgeving.  De opbrengst voor de belastingbetaler wordt dan 11 miljard per jaar. Er wordt dan bespaart op de kosten van nazorg schulden, huisuitzettingen, per jaar 10.000 en 19.000 vonissen van de kantonrechter.

Vereenvoudiging van de bureaucratische voorschriften en  afschaffing van de ijzeren driehoek die de belastingbetaler jaarlijks  90 miljard kosten, Dit kan worden teruggebarcht naar een de zodat de opbrengt voor de normale belastingbetaler neerkomt op 60 miljard.

Armoede levert stress op. Stress maakt dat mensen een beroep doen op de zorg. Achterstandswijken hebben de grootste zorgkosten, Als we armoede goed bestrijden levert dat de normale premiebetaler een besparing op van 46 miljard per jaar aan zorgkosten.

Daardoor kan er exyra worden geinvesteerd in:

Zorg en thuiszorg       10 miljard

Onderwijs                  10 miljard

Politie                         10 miljard

Defensie                      10 miljard

Sociale cohesie          10 miljard

Sociale woningbouw       10 miljard

Cultuur                         10 miljard

Basisinkomen            10 miljard

Midden en Kleinbedrijf    10 miljard

Informatie voor mensen die lid willen worden  op website http://www.humaanlokaal.be  en http://www.humanistische-partij-nederland.nl    aanmelden via de site http://www.webshop-humanistische-services.nl

Klein deel Amsterdamse daders van zwaar delict wordt zware crimineel

0
Klein deel Amsterdamse daders van zwaar delict wordt zware crimineel
Klein deel Amsterdamse daders van zwaar delict wordt zware crimineel

Doorgroeiers in de misdaad. De criminele carrières en achtergrondkenmerken van jonge daders van een zwaar delict.

Nieuwe publicatie in de reeks Politiewetenschap van het Programma Politie en Wetenschap.

Jonge daders van een zwaar delict kampen vaak met ernstige en uiteenlopende problemen in het gezin en op school. Toch is de combinatie van problemen bij deze jongeren niet per definitie een voorbode van een doorgroei in de zware criminaliteit. Slechts een klein deel van deze groep groeit daadwerkelijk door in de zware misdaad. Dit blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam onder meer dan 1000 jonge daders. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met de Politie Eenheid Amsterdam en Jeugdbescherming Regio Amsterdam in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Er blijkt slechts beperkt sprake te zijn van onderscheidende kenmerken tussen stoppers en doorgroeiers. De latere doorgroeiers hebben vaker schulden en gebruiken meer softdrugs dan stoppers. Het contact met de Jeugdbescherming verloopt bovendien moeizaam en gaat gepaard met een negatieve prognose aan het einde van hun behandeltraject.

Aanleiding voor het onderzoek was de veelgehoorde hypothese dat een nieuwe generatie jonge criminelen in Amsterdam is doorgegroeid in de zware criminaliteit. Zij zouden al jaren bekend zijn bij hulpverleningsinstanties en politie, maar desondanks zijn uitgegroeid tot zware criminelen. In dit onderzoek zijn de criminele carrières van meer dan 1000 jonge daders van een zwaar delict bestudeerd, die in 2000 voor het eerst werden verdacht van een zwaar geweldsdelict of een delict waarvoor een gevangenisstraf van ten minste 9 jaar kan worden opgelegd. Het zijn jongeren die in 2000 tussen de 12 en 30 jaar oud waren en woonachtig waren in Amsterdam. Vervolgens werden alle aan het zware delict voorafgaande en erop volgende antecedenten t/m 2013 in kaart gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat slechts een klein deel van deze groep ook daadwerkelijk doorgroeit in de zware misdaad.

Welke jonge daders van een zwaar delict groeien door in de zware criminaliteit en welke niet? Een deel van de jongeren werd al op jonge leeftijd begeleid door de Jeugdbescherming, omdat er ernstige zorgen bestonden over hun ontwikkeling. Op basis van de Jeugdbeschermingsdossiers is een verkennende analyse uitgevoerd naar de onderscheidende kenmerken van 50 doorgroeiers en 49 stoppers. Hieruit blijkt dat beide groepen gekenmerkt worden door ernstige problemen in het gezin en op school. Velen van hen groeiden op in gezinnen met financiële problemen waarin weinig structuur werd geboden en waarin de jongeren lang niet altijd op liefdevolle betrokkenheid van moeder of vader konden rekenen. Op school werden vaak gedragsproblemen gesignaleerd en was er veel verzuim. Relatief veel van deze jongeren verlieten school dan ook voortijdig. Hoewel deze problemen op zichzelf niet voorspellen of een jonge dader stopt of doorgroeit in de misdaad, kan de combinatie van problemen dat wel doen. Voortijdig schoolverlaten, softdrugsgebruik en het hebben van slechte vrienden zijn samen voorspellend voor het doorgroeien in de zware misdaad.

Ook jongeren bij wie de begeleiding door Jeugdbescherming Regio Amsterdam minder soepel verliep, konden als het ware ‘gevlagd’ worden als risicovol en hadden een grotere kans om door te groeien in de zware misdaad.

 

VEH: afschaffen wet Hillen overhaast en onfatsoenlijk

0
VEH: afschaffen wet Hillen overhaast en onfatsoenlijk
VEH: afschaffen wet Hillen overhaast en onfatsoenlijk

VEH: afschaffen wet Hillen overhaast en onfatsoenlijk

Amersfoort, 31 oktober 2017 – Huiseigenaren vinden het regeringsvoornemen om de wet Hillen af te schaffen overhaast, onfatsoenlijk en een straf voor goed gedrag. Veel mensen zien het als een bewijs van een onbetrouwbare overheid. Vereniging Eigen Huis roept Kamerleden in een brief op om wet Hillen te behouden.

Vereniging Eigen Huis pleit er voor om de effecten van een belastingwijziging in een bredere context te beschouwen, in relatie tot pensioenen en zorg. Dat kan bij een debat over de fiscale behandeling van de eigen woning, dat voor 2020 op de agenda staat.

Peiling onder huiseigenaren

Vereniging Eigen Huis heeft een representatieve peiling gehouden onder 1.723 van haar 750.000 leden. Hieruit blijkt dat 70% negatief staat tegenover het afschaffen van de wet Hillen. De hoogte van het inkomen, leeftijd en stemgedrag maakt daarbij nauwelijks een verschil. Deze ingreep wordt gezien als aantoonbaar onbetrouwbaar overheidsgedrag en maakt mensen ronduit boos:

“Dit is kiezersbedrog, eerst stimuleert de regering aflossen en vervolgens wordt degene die braaf aflost, en met name de ouderen met een (bijna) afgeloste woning gepakt.”

“De burger wordt continu door de overheid misleid. Eerst wordt er op aangedrongen om hypotheken zo snel mogelijk af te lossen. En nu worden de goedgelovige burgers door die zelfde overheid op een schandalige manier geplukt.”

“Aflosboete is schandelijk. Met mijn hypotheekplanning altijd rekening gehouden met het niet meer betalen van EW forfait (wet Hillen).”

Onjuiste voorstelling

Het nieuwe kabinet gebruikt een aantal onjuiste of onterechte argumenten om de wet Hillen per 2019 af te bouwen.

-De veronderstelling dat huiseigenaren hun hypotheek toch al verplicht aflossen is onjuist. Dit geldt alleen voor nieuwe hypotheken die vanaf 2013 zijn afgesloten. Op dit moment is nog 55% van de totale hypotheekschuld tot het einde van het contract aflossingsvrij. Veel van deze huiseigenaren zullen niet meer gestimuleerd worden om hun hypotheek versneld af te lossen, voor sommigen zal het zelfs een rem zijn om dat te doen.

-Met name ouderen met een beperkt pensioen krijgen er vanaf 2019 door toenemende lastenverzwaring een groeiend financieel probleem bij. Dit staat haaks op het beleid om mensen in staat te stellen langer zelfstandig thuis te blijven wonen.

-Het CPB en NIBUD schetsen ten onrechte een bescheiden nadelig effect van de maatregel. Maar zij kijken alleen naar de effecten in de kabinetsperiode van 4 jaar, waarbinnen de afschaffing dan nog maar 2 jaar meeloopt. Daarna loopt de lastenverzwaring gedurende 28 jaar verder op tot 1 miljard euro per jaar.

-Het is tegenstrijdig dat huiseigenaren worden aangemoedigd om af te lossen, terwijl een fiscaal voordeel voor dit goede gedrag verandert in een belastingheffing.


Wet Hillen

Sinds 2005 bepaalt de wet Hillen dat mensen zonder hypotheekschuld geen belasting betalen over het eigenwoningforfait. In het regeerakkoord is afgesproken dat deze fiscale beloning op het aflossen van de hypotheek vanaf 2019 geleidelijk wordt afgeschaft. Huiseigenaren met een afgeloste hypotheek moeten hierdoor toch weer belasting over de waarde van hun woning gaan betalen.

VEH: Geen loonstijging, dan volgend jaar vaak minder hypotheek

0
VEH: Geen loonstijging, dan volgend jaar vaak minder hypotheek
VEH: Geen loonstijging, dan volgend jaar vaak minder hypotheek

VEH: Geen loonstijging, dan volgend jaar vaak minder hypotheek

Amersfoort, 20 oktober 2017

Huizenzoekers die geen loonstijging verwachten kunnen volgend jaar soms duizenden euro’s minder hypotheek krijgen om een huis te kopen. Dit blijkt uit berekeningen die Vereniging Eigen Huis heeft gemaakt op basis van de Nibud-leennormen 2018 die vandaag door demissionair minister Plasterk aan de Tweede Kamer zijn gestuurd. Mensen die maximaal moeten lenen om een huis te kunnen kopen en geen loonstijging verwachten doen er verstandig aan om te zorgen dat zij nog dit jaar een bindende hypotheekofferte van hun geldverstrekker ontvangen.

Minder hypotheek bij gelijkblijvend inkomen

Huizenkopers kunnen volgend jaar ongeveer hetzelfde lenen als in 2017. Voor een aantal groepen zijn de effecten groter: tweeverdieners met een hoog inkomen gaan er op vooruit en huishoudens zonder loonstijging komen er vaak slechter van af. In de brief van minister Plasterk worden de negatieve effecten van de nieuwe hypotheeknormen bij een gelijkblijvend inkomen niet vermeld.

Volgend jaar daalt ook de maximum hypotheek tot 100% van de woningwaarde. Dit jaar kan nog 101% worden geleend. Enig eigen geld is dus onmisbaar om de overdrachtsbelasting, hypotheekadviseur, taxateur, notaris en de verhuizers mee te betalen

Tweeverdieners

Voor tweeverdieners geldt dat een groter deel van het tweede inkomen vanaf 2016 stapsgewijs wordt meegerekend bij het bepalen van de maximale hypotheek. In 2018 wordt het laagste inkomen voor 70 procent meegeteld, dit jaar was dat nog voor 60 procent. Voor mensen met lagere- en middeninkomens wordt dit voordeel echter (deels) teniet gedaan door de strengere leennormen. Hierdoor kan het maximum hypotheekbedrag volgend jaar toch afnemen.

Rekenvoorbeeld tweeverdieners

Hasnah en Michel zijn op zoek naar een nieuwe woning. Hasnah heeft een bruto jaarinkomen van

€ 32.000 en Michel verdient € 16.000. Bij een hypotheekrente van 2,1% kunnen zij in 2017 maximaal € 224.215 lenen. Op basis van de leennormen voor 2018 daalt hun maximale hypotheekbedrag naar € 213.538. Dat is € 10.677 minder.

Rekenvoorbeeld alleenstaande

Pim is alleenstaand, verdient € 35.000 per jaar en is op zoek naar een huis. Bij een hypotheekrente van 2,1%, kan hij in 2017 een bedrag van € 163.490 lenen. In 2018 is het leenbedrag €155.705. Pim kan volgend jaar dus € 7.785 minder lenen.

 

Geef mensen met meerdere zorgvragen heft in eigen hand

0
Geef mensen met meerdere zorgvragen heft in eigen hand
Geef mensen met meerdere zorgvragen heft in eigen hand

Steeds meer mensen verdwalen in de zorg. De organisatie van de zorg is niet ingericht op patiënten en cliënten die meerdere zorg- en ondersteuningsvragen tegelijkertijd hebben. Dat wringt temeer daar deze groep groeit. Patiënten en cliënten moeten zelf het heft in handen kunnen nemen. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleit daarom voor een digitaal, wettelijk geborgd persoonlijk zorgleefplan waarmee patiënten en cliënten zelf zicht kunnen houden op hun zorg en ondersteuning en daarop invloed kunnen hebben. Mensen die dit (tijdelijk) niet willen of kunnen, moeten daarbij ondersteund worden door een gevolmachtigde of een regiebehandelaar.

Dit voorstel staat centraal in het RVS-advies Heft in eigen hand, dat de raad vandaag tijdens zijn jaarlijkse conferentie presenteert.

Fundamentele verandering nodig

Steeds meer mensen krijgen te maken met een combinatie van fysieke, mentale en sociale problemen. Dat geldt voor ouderen, maar ook voor jongeren en jongvolwassenen met schulden en psychische klachten, en voor mensen met één of meer chronische aandoeningen. Zij treffen veel verschillende zorgverleners. Het gaat om formele zorgverleners, maar ook mantelzorgers en vrijwilligers zijn vaak voor korte of lange tijd betrokken bij de zorg. “Mensen die toch al in een kwetsbare positie verkeren, dreigen hierdoor grip te verliezen op hun leven en op de zorg en ondersteuning die nodig zijn”, zegt Pauline Meurs, voorzitter van de RVS. “Het is tijd voor een fundamentele verandering in het denken en doen van cliënten en zorgverleners maar ook van de wetgever en beleidsmakers.”

Zorgleefplan

De RVS ziet de oplossing in een wettelijk geborgd, digitaal persoonlijk zorgleefplan. Zo’n plan bevat alle afspraken die de verschillende betrokken zorgverleners met de cliënt maken en de follow-up daarvan. De cliënt is eigenaar van het plan en heeft volledige zeggenschap. Zorgverleners werken verplicht mee. Pauline Meurs: “Het persoonlijk zorgleefplan krijgt vorm op een manier die past bij wat mensen willen en kunnen. Iedereen is immers verschillend en iemands situatie kan plotseling veranderen. Degenen die niet goed overweg kunnen met het zorgleefplan moeten een naaste kunnen machtigen om namens hen te handelen en als dat niet lukt moeten zij een beroep kunnen doen op een regiebehandelaar.”

Grenzenwerk

De patiënt en cliënt regie geven over de eigen zorg en het eigen zorgnetwerk vraagt daarnaast van de betrokken zorgverleners ‘grenzenwerk’ om tot een gezamenlijke, passende aanpak te komen. Pauline Meurs: “Professionals moeten de ruimte krijgen en bereid zijn om voorbij de grenzen van de eigen discipline en organisatie te kijken. Het vraagt om delen in plaats van verdelen van verantwoordelijkheden.” 

Berichten